In bedrijven is de standaardtaal vaak Engels, omdat iedereen het kent. Maar is dat wel zo? Wij hebben vastgesteld dat de realiteit iets ingewikkelder is.
Ongeveer de helft van alle online content is in het Engels. Maar het aantal mensen met Engels als moedertaal bedraagt wereldwijd slechts ongeveer 400 miljoen! En als we de niet-moedertaalsprekers meetellen, is dat aantal nog altijd maar 1 miljard.
Dat betekent dus dat een taal die door slechts zowat 15% van de wereldbevolking wordt gesproken de wereldwijde lingua franca is geworden.
Dat roept de vraag op: wanneer bedrijven het Engels kiezen als bedrijfstaal, wat betekent dat dan voor de communicatie? Moeten teams zich zorgen maken over hun Engelse taalvaardigheid? En wat kunnen ze doen om taalbarrières te overbruggen?
Om meer te weten te komen, heb ik contact opgenomen met mijn collega Lawson Stapleton. Hij heeft niet alleen een achtergrond in kleine taalmodellen (Small Language Models, SLM's), maar ook persoonlijke ervaring met wonen in het buitenland. Hij heeft zelf ervaren hoe het is om je te ontwortelen, een nieuwe taal te leren en te integreren in een buitenlandse zakelijke omgeving. Bovendien weet hij veel over de wetenschap van het spreken van een tweede taal.
Hij hielp me begrijpen waarom vaardigheid ingewikkeld is, hoe taal wrijving kan veroorzaken, en hoe je je team kunt helpen slagen ongeacht deze problemen.
Een wijdverbreide mythe ontkracht: nee, niet iedereen spreekt Engels
Spraakverwarring blijft vaak onder de radar. Vooral als het wordt verhuld door sterke Engelse vaardigheden.
"Iedereen spreekt Engels," zoals een zakenman hier zei, denkend dat het echte probleem de cultuur was. Het is een veelvoorkomende opvatting in de zakenwereld.
Zelfs onder de 1,4 miljard Engelssprekenden is de vaardigheid verre van uniform. Het is ook allemaal zeer subjectief.
Iemand denkt misschien dat hij de taal vloeiend spreekt, maar voelt zich ongemakkelijk bij technische gesprekken of erg specifieke woordenschat. Ze denken misschien dat ze een onderwerp begrijpen, terwijl dat eigenlijk niet zo is.
Lawson wijst erop dat "iemands begripsniveau niet meteen kan worden beoordeeld door een gesprek of iemands eigen idee van hoe goed hij de taal daadwerkelijk kan spreken."
Dat is een probleem, zelfs als de Engelse vaardigheden van teams van een hoog niveau zijn.
Zelfs kleine verschillen in vloeiendheid binnen Engelstalige teams kunnen invloed hebben op wie gehoord wordt en wie niet. En dat heeft op zijn beurt concrete gevolgen voor het teamresultaat.
Ongelijke taalvaardigheden kunnen een invloed hebben op de groeps- en machtsverhoudingen.
Werknemers die vloeiender zijn in de bedrijfstaal maken vaak sneller vooruitgang, en krijgen meer macht en invloed dan degenen die minder vaardig of zelfverzekerd zijn.
Zelfs als die minder vaardige medewerkers experts zijn in hun werk en kritische input te bieden hebben.
Deze onbalans kan hen alleen vanwege de taal uitsluiten van belangrijke besluitvorming of onderhandelingen.
Deze kleine verschillen in de waargenomen vloeiendheid kunnen veel wrijving veroorzaken. En ze zijn soms moeilijk te spotten.
Een verrassende bron van taalverwarring: onze identiteit
Onderzoek toont aan dat taal onze perceptie van onszelf en de wereld om ons heen actief beïnvloedt.
Dat is belangrijk in een zakelijke setting. Onze persoonlijkheid is de basis van hoe we met mensen omgaan, hoe zelfverzekerd we ons voelen om ons uit te spreken, en hoe we problemen oplossen.
Mensen hebben vaak een sterkere emotionele band met hun moedertaal. Praten over jeugdherinneringen kan intenser aanvoelen in de taal waarin de herinnering voor het eerst is gevormd. Een tweede taal kan een professionele afstand inhouden. Dat kan een kracht of een zwakte zijn.
Onderzoek suggereert dat het academisch leren van Engels mensen minder zelfvertrouwen geeft (en ze minder geneigd zijn om te spreken) dan wanneer ze de taal in meer informele omgevingen zouden leren. Wanneer iemand Engels leert in een zeer competitieve omgeving, zou hij de 'Engelssprekende' versie van zichzelf als niet goed genoeg of als geforceerd kunnen zien, terwijl zijn moedertaal natuurlijker en relaxt voelt.
Dat is belangrijk, omdat het direct invloed heeft op welke versie van zichzelf mensen meenemen in een gesprek.
"Woorden zijn een beetje als gereedschap," zegt Lawson. "Je kunt elk woord kiezen en gebruiken zoals je wilt. En ik denk dat je persoonlijkheid bepaalt hoe je het gebruikt."
Als je plotseling wordt geconfronteerd met een hele nieuwe 'gereedschapskist', een nieuwe taal, wat betekent dat dan voor je identiteit in die taal?
Hoe kun je je meertalige team helpen?
Taal is niet alleen een uitdrukking van cultuur, ze vormt cultuur ook actief.
Wanneer teams met een gedeelde bedrijfstaal werken, moeten ze ook samen een nieuwe cultuur opbouwen.
Lawson stelt voor om in het gesprek ruimte te maken om zich te uiten of een moment te bieden om te spreken. Zich uitdrukken in een tweede taal kan moeilijk zijn, zowel qua taal als 'sociale wachtrij' – de onuitgesproken regels voor wanneer je aan de beurt bent om te spreken.
De stilte van niet-moedertaalsprekers kan verkeerd worden geïnterpreteerd als afstandelijkheid, onvriendelijkheid, onbekwaamheid of verlegenheid, terwijl ze in werkelijkheid de taalkundige signalen over wanneer ze moeten spreken missen, niet genoeg zelfvertrouwen hebben of simpelweg extra tijd nodig hebben om verbale input te verwerken.
Je kunt ook wat extra hulp bieden in situaties waarin begrip en participatie bijzonder belangrijk zijn. Sommigen kiezen ervoor om taallessen aan te bieden. Je kunt ook content voor onboarding of introducties vertalen, of townhalls ondertitelen.
Wil je ervoor zorgen dat iedereen complexe onderwerpen begrijpt in sectoren zoals levenswetenschappen, productie of juridische zaken, dan is tolken ook een optie. Luisteren in hun eigen taal kan deelnemers helpen zich te concentreren op de boodschap in plaats van op de taal zelf. Het kan mentale middelen vrijmaken voor bijdrage en participatie.
Het doel is niet 'perfect Engels', maar gedeeld begrip
Taal zal altijd invloed hebben op hoe teams samenwerken, beslissingen nemen en een cultuur opbouwen. We willen niet dat iedereen perfect Engels spreekt, maar dat we mekaar begrijpen. Met het juiste bewustzijn, de gepaste kaders en ondersteuning voor kritische communicatie kan je team overstappen van simpelweg dezelfde taal spreken naar mekaar echt begrijpen.
Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in de februari 2026-editie van Lost & found in translation, onze maandelijkse nieuwsbrief waarin we inzichten, meningen en reflecties delen van echte mensen die in de lokalisatie werken.